Tijdens de Brugse Metten zou de zinsnede 'schild en vriend' als code gebruikt worden om Franstaligen te herkennen. Echter las ik dat er eerder een vraag gesteld zou zijn als: Ben je 's gilden vriend? Gezien de toenmalige omstandigheden en de gelijke Brugse uitspraak lijkt het mij ook aannemelijk dat men vroeg of de persoon in kwestie een vriend van de gilden (en een leliaard) was. Dus welke zinsnede zou er gebruikt geweest zijn, als er dan al één gebruikt werd?
Beste Willem,
Dat de woorden die men gebruikte om Franstaligen te ontmaskeren in 1302, 's gilden vrient geweest zouden zijn in plaats van het vaak genoemde schild en vriend, is uiterst twijfelachtig, maar niet geheel onmogelijk. Het woord gilde was in het Middelnederlands ofwel onzijdig ofwel vrouwelijk. Daarvoor zijn in oude teksten voldoende aanwijzingen te vinden. Er is een sterk vermoeden dat gilde in het Middelbrugs (de Middelnederlandse dialectvariant die in Brugge gesproken werd) vrouwelijk was en dan kan alleen der gilden vrient de juiste vorm zijn, niet des gilden vriend.
Daarnaast zijn er ook helemaal geen historische bronnen waarin naar iets als 's gilden vrient verwezen wordt. Voor de woorden scilt en vrient zijn er wel schriftelijke aanwijzingen. Maar absoluut overtuigend zijn die ook niet.
Een volledig bevredigend antwoord op je vraag is er niet, maar de versie scilt en vrient heeft toch de beste papieren.
Een uitvoeriger behandeling van deze problematiek is te vinden in:
Debrabandere, F. (1998) Scilt en vrient. In F. Debrabandere. Verzamelde opstellen. (pp. 149-154). Kortrijk: De Leiegouw.
Debrabandere, F. (1977). Scilt en vrient. De Leiegouw, (19), 361-366.
Met hartelijke groet,
Peter Debrabandere
Dank u voor uw uitleg. In andere Nederlandse 'landen' zou dit dus dan wel gekund hebben wegens de onzijdige vorm? Indien dit toch juist zou zijn, zou "gilde" dan slaan op de Brugse koopmansgilde? Zijn er daarnaast misschien nog andere bronnen van andere onderzoekers omtrent het onderwerp of de toenmalige spelling?
Dag Willem op je verdere vragen kan ik geen antwoord geven. Ik denk ook niet dat een antwoord op die vragen veel nieuws aan het licht zal brengen. Ja, natuurlijk zijn er nog andere bronnen van andere onderzoekers over dit onderwerp. Dat is logisch, want het gaat over een controversiële zaak, over een zaak waar geen overeenstemming over is. Dan zijn er verschillende ideeën en meningen. In de voetnoten bij de artikelen van mijn vader, waar ik in mijn eerdere antwoord naar verwees, vind je meer bronnen.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.
Nederlands Specialismen: Nederlands (algemeen), Nederlands in België (Belgisch-Nederlands), Standaardnederlands, taalnormen, taalveranderingen, taalzorg, taaladvies