N.a.v. de film Der Untergang.
Heel veel van dat werk kwam terecht bij de overlevende vrouwen, de zogenaamde 'Trümmerfrauen' (puinvrouwen) die zowel in Oost- als in West-Duitsland vanaf de leeftijd van 15 jaar werden opgevorderd om puin te ruimen, al wat bruikbaar was te sorteren, bomkraters te vullen en zelfs huizen te herbouwen. Private ondernemingen kregen zowel de ruïnes als groepen opgevorderde vrouwen toegewezen. De vrouwen werkten in vaste 'Kolonnen', teams van 10 of 20, in een dagregime van 9 uur, en kregen in ruil een zeer slecht loon en een rantsoenkaart. Het werk stond in zeer laag aanzien, niet alleen omdat het vuil en gevaarlijk was, maar ook omdat tijdens de oorlog dat werk door krijgsgevangenen en dwangarbeiders was verricht - pogingen om Duitse krijgsgevangenen en nazi-kopstukken puin te doen ruimen, volstonden absoluut niet. Vanaf 1951 werd het werk meer regulariseerd, in Oost-Duitsland onder het staatsbedrijf Nationales Aufbauwerk, in West-Duitsland door het statuut van Notstandsarbeiten.
De eerste taak was om ontstabiele gebouwen neer te halen, gewoonlijk met enkel handgereedschap en katrollen. Wat niet meer bruikbaar was als bouwmateriaal, werd via spoorbanen met mijnkarretjes afgevoerd naar zogenaamde 'Schuttberge' of Müllberge' net buiten de elke grote Duitse of Oostenrijkse stad, een soort afvalheuvels die nu nog als terrils in het landschap herkenbaar zijn - in Berlijn zelfs dertien verschillende.
Hoe werden de lijken geborgen ? Het moeten er in Berlijn vele duizenden geweest zijn, zowel Duitsers als geallieerden? Werden de families op de hoogte gebracht? Meer algemeen, welke literatuur bestaat er over de problematiek van het puinruimen en de organisatie van de gemeenschap direct na de val het nazirijk?
Hoe werden de lijken geborgen ? Het moeten er in Berlijn vele duizenden geweest zijn, zowel Duitsers als geallieerden? Werden de families op de hoogte gebracht? Meer algemeen, welke literatuur bestaat er over de problematiek van het puinruimen en de organisatie van de gemeenschap direct na de val het nazirijk?
Dag Jan, Een goed boek is dat van militair historicus Anthony Beevor, 'Berlin. The Downfall: 1945'. Let wel: het focust vooral de gevechten, beperkt op de begraving van slachtoffers en amper op het puinruimen. Vorig jaar verscheen een geschiedenis van de 'Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge' door Christian Fuhrmeiser, over de organisatie die vanaf 1946 en enkel in West-Duitsland de begrafenis van oorlogsslachtoffers op zich nam. Verder zijn er de twee Duitse historische werken over die na-oorlogse jaren, Wolfszeit van Harald Jähner en Zwischen Ende und Anfang van Wolfgang Brenner. En tenslotte kan ik ook de verschillende 'stadsbiografiën' over Berlijn aanraden. Berlijn was vanaf het voorjaar 1945 tot het midden van 1946 een ruïne, waar weinig werkte of georganiseerd was. Russische correspondenten gaven vol afschuw aan hoe bijvoorbeeld rond de Teupitzer See nog maandenlang colonnes Duitse gesneuvelden wegrotten - slechts hier en daar, en vooral in het stadscentrum, maakten soms militairen en vaker de Trümmelfrauen massagraven. Pas vanaf 1946 begon de Volksbund systematischer met het identificeren van lichamen, het herbegraven en het verwittigen van familieleden - overigens ook voor burgerslachtoffers en gesneuvelde Sovjetsoldaten, hoewel dat niet haar oorspronkelijke missie was. En voor de Oost-Duitse zones kon ze dat werk pas na 1990 aanvangen. Met als gevolg dat er vandaag nog actief lichamen worden opgespoord in en rond Berlijn, o.a. in het bos van Halbe.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.