Was men echt eerst van plan om algemeen enkelvoudig stemrecht voor beide geslachten in te voeren?

Willem, 19 jaar
9 april 2018

Bij een bezoek aan het kasteel van Loppem hoorde ik de gids zeggen dat het oorspronkelijke idee was om algemeen enkelvoudig stemrecht te geven aan beide geslachten. Dit kon echter niet doorgaan omdat de socialisten en liberalen vreesden voor een nog grotere overwinning voor de katholieken. Klopt dit, want ik vind nergens een online betrouwbare bron?

Antwoord

Een echte goede en volledige online bron is er niet, maar er is wel veel over geschreven. Een goed boek is Velaers, Jan: Albert I. Koning in tijden van oorlog en crisis, 1909-1934 (Albert I. King in times of war and crisis, 1909-1934), Tielt 2009: Lannoo. De link hierbij geeft een goed idee.

De voornaamste reden waarom er weinig heldere en eenvoudige geschiedenissen van de besprekingen in Loppem zijn, is omdat de gesprekken erg geïmproviseerd, snel en zonder notulen gebeurden. Dat was trouwens later het verwijt van conservatieve politici: dat de 'Coup van Loppem' zonder openheid en echte uitnodigingen is gebeurd. Even chornologisch op een rij:

  • Tijdens de Eerste Wereldoorlog had Albert I al een goede samenwerking in Le Havre opgebouw met de socialistische voorman Emile Vandervelde, die er echter in Loppem helemaal niet bij zou zijn.
  • Bij de val van het Duitse rijk vonden soldaten- en matrozenmuiterijen plaats. De Spaanse consul in Brussel, Saura, was op 10 november daarover ongerust en wilde links straatgeweld bezweren door samen met de voorzitter van het Nationaal Hulp- en Voedselcomité te vragen aan Albert I voor een snellere terugkeer naar Brussel.
  • Er werd op de ochtend van 11 november een bont en toevallig reisgezelschap naar Loppem samengesteld: toen Saura bij diplomaat Emile Francqui (van het voedselcomité) aankwam, was toevallig liberaal volksvertegenwoordiger Paul-Emile Janson daar, die graag mee wilde; bij een tussenstop in Gent besloot waarnemend burgemeester Edward Anseele om ook mee te reizen. Van veel voorbedachtheid lijkt geen sprake.
  • Vooral Anseele zou die namiddag in Loppem aan het woord zijn geweest, hoewel ook Janson wat voorbereid had. De agenda blijft onduidelijk: zo is Janson de enige die aangeeft dat Anseele ook de vraag voor een Vlaamse Hogeschool heeft gesteld.
  • De relatie tussen de tripartite regering van Gérard Cooreman en de koning was niet goed. Cooreman, op dat ogenblik in het nabije Brugge, werd niet op de hoogte gebracht van de bijeenkomst in Loppem op 11 november, en andersom bood hij op 13 november het ontslag van zijn regering aan, zonder die regering zelf te raadplegen.
  • In die drie-vier chaotische dagen (10-14 november) luisterde Albert I vooral naar de mensen die hem in Loppem bezochten: zakenman Francqui suggereerde de relatief onbekende gematige katholiek Léon Delacroix als nieuw regeringsleider; veel elementen voor het regeringsprogramma kwamen van burgemeester Anseele. De echte grote nationale voormannen, zoals Van Cauwelaert, Vandervelde, Carton de Wiart, Davignon of De Broqueville, ontbraken in Loppem. Dat leverde later ook het verwijt op dat het om een 'Coup van Loppem' ging, waarbij niet alle partijen gelijke kansen hadden.

Terug naar het vrouwenstemrecht. Precieze notulen zijn er niet, alleen herinneringen van deelnemers, en het is daarom moeilijk om de afwegingen te duiden. Er speelden in elk geval verschillende factoren mee:

  • Een verandering van stemrecht zou een grondwetswijziging vereisen. Dat zou wat overigens pas achteraf zou geregeld worden, na 'ongrondwettelijke' verkiezingen in het nieuwe systeem. De 2/3 meerderheid die nodig is om de grondwet te veranderen, maakte dat het in elk geval een compromis moest zijn dat voor iedereen verteerbaar moest zijn.
  • Het klopt dat binnen socialistische en liberale rangen een vrees leefde dat een algemeen vrouwenstemrecht vooral veel katholieke stemmen zouden opleveren, vooral gezien het lagere scholingsniveau en mate van vereniging van vrouwen op dat ogenblik. Maar algemeen was geen enkele partij zeker van het effect van de verdubbeling van het kiespubliek.
  • Tegelijk was er een conservatieve fractie in de katholieke partij die tegen elke vorm van vrouwenstemrecht was, en die dus ook moest worden overtuigd om het enkelvoudig stemrecht in te voeren.

Uiteindelijk was het ook een compromis: voor gemeenteraadsverkiezingen mochten vrouwen vanaf 1921 wel een stem uitbrengen en zich verkiesbaar opstellen. Ze deden dat overigens niet in zeer katholieke richting, maar volgden voornamelijk de voorkeur van de mannelijke huisgenoten. Het aantal vrouwelijke gemeenteraadsleden, schepenen en burgemeesters bleef laag.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2026
Ik heb een vraag wordt gecoƶrdineerd door Eos wetenschap. Voor vragen over het platform kan je terecht bij ikhebeenvraag@eos.be