Hoe noemde men een regenboog in de Middeleeuwen en welke verklaring gaf men eraan?

David, 34 jaar
23 januari 2018

Antwoord

Beste David,

In het Middelnederlands komt het woord regenboge al voor sinds minstens 1285. Geleerden schreven doorgaans in het Latijn; zij gebruikten termen die zich laten vertalen als: iris, boog en hemelboog.

De hele geschiedenis van de wetenschappelijke theorieën over de regenboog is fascinerend! Laat me in één paragraaf de situatie in de oudheid toelichten. Dan kan ik daarna overlopen welke ideeën erbij kwamen in de middeleeuwen. Aan het slot volgt één paragraaf over de Wetenschappelijke Revolutie.

~

In de oudheid vermoedde Aristoteles al dat een regenboog iets te maken heeft met licht en wolken, maar hoe de vork precies aan de steel zat, dat was nog niet geweten. In zijn werk over weerkunde schreef Aristoteles dat de regenboog in essentie uit drie kleuren bestond. De lichte, gele band schreef hij toe aan een soort contrasteffect. (De hele kleurenleer van Aristoteles of zijn leerlingen is trouwens moeilijk te begrijpen voor hedendaagse lezers, aangezien kleuren erin beschreven worden als mengsels van wit en zwart.)

Tijdens de middeleeuwen werd er voor die drie regenboogkleuren een bijkomende religieus-symbolische uitleg gegeven. Volgens Genesis had God de regenboog geschapen als symbool voor zijn belofte aan Noach dat er geen nieuwe zondvloed zou komen. Roger Bacon voegde daaraan toe dat de drie kleuren zouden verwijzen naar de heilige drievuldigheid; verder liet Bacon ook een verdere opsplitsing/vermenging toe van de kleuren, aangezien Aristoteles in een ander werk zeven kleuren had onderscheiden (bron). Andere exegetische teksten verbonden de buitenste kleuren (blauw en rood) dan weer met het oordeel door water en vuur (bron). Er zijn in elk geval heel wat middeleeuwse afbeeldingen van regenbogen met drie kleuren.

Hoewel Aristoteles geschreven had dat de regenboog uit drie kleuren bestond, moesten veel westerse geleerden zich baseren op indirecte bronnen in het Latijn (omdat de kennis van het Grieks sterk verwaterd was). Zo trad er verwarring op met een ander idee van Aristoteles: aangezien in het aristotelische wereldbeeld alles op aarde uit vier elementen bestond (aarde, lucht, water en vuur), ontstond tijdens de middeleeuwen het idee dat een regenboog om die reden uit vier kleuren bestaat, zoals je kan zien op de bijgevoegde afbeeldingen uit middeleeuwse manuscripten.

Deze uitleg lezen we bijvoorbeeld bij Isidoor, de beschermheilige van het internet - al had hij die titel uiteraard niet bij leven. Isidorus van Sevilla werd geboren rond 560 en schopte het tot aartsbisschop van Sevilla. Hij schreef ook meerdere encyclopedische werken, waaronder De natura rerum: daarin beschreef hij vele natuurverschijnselen, waaronder de regenboog. Volgens Isidoor had de regenboog vier kleuren en dit "verklaarde" hij aan de hand van de leer van de vier elementen. Een kopie uit 970 illustreert deze passage dan ook met vier kleuren (afbeelding). De kleuren werden in het Latijn anders gegroepeerd dan in hedendaags Nederlands, dus het is niet evident om ze te vertalen. Bovendien zijn er gelijkaardige fragmenten te vinden in handschriften uit dezelfde periode, waarbij andere kleurwoorden gebruikt worden, dus het blijft koffiedik kijken welke kleuren precies bedoeld werden.

Islamitische geleerden hadden wel kopieën en vertalingen van de Griekse teksten en hechtten bovendien veel belang aan eigen waarnemingen. Het is via die omweg dat de middeleeuwse geleerden in Europa opnieuw toegang kregen tot de oud-Griekse bronnen (waaronder Aristoteles en Ptolemaeus) en tot nieuwe inzichten over optica.

Pas in de dertiende eeuw kwam er weer een belangrijke stap voorwaarts in het westerse regenboogonderzoek en dit door het werk van een andere bisschop, Robert Grosseteste. Terwijl Aristoteles en al zijn commentatoren er tot dan toe van uitgingen dat een regenboog ontstaat door reflectie van licht, was Grosseteste de eerste die argumenteerde dat lichtbreking een rol moet spelen voor zowel de vorm als de kleuren van een regenboog. Verder waren zowat alle aspecten van zijn theorie onjuist naar hedendaagse normen, maar toch was zijn aanzet belangrijk bij de stapsgewijze verbetering in de verklaring voor het verschijnsel. (Onjuist is niet hetzelfde als oninteressant. Hedendaagse onderzoekers hebben op basis van opmerkingen van Grosseteste recent een driedimensionale abstracte ruimte gereconstrueerd, waarin alle mogelijke regenbogen geconstrueerd kunnen worden - in feite een middeleeuwse voorloper van onze hedendaagse driedimensionale kleurruimtes.)

Via deze en andere invloeden - waaronder Albertus Magnus, vertalingen van de Arabische wetenschappers Avicenna en Alhazen en oudere, Griekse werken - kwam Dietrich van Freiberg rond 1275 tot een theorie waarbij de rol van dubbele lichtbreking en interne reflectie in individuele regendruppels duidelijk werd. Voor meer details over al deze ontwikkelingen, zie: Hoofdstuk 5 in The Scientific Achievement of the Middle Ages door Richard C. Dales (bron).

Daarna was het wachten op Descartes (in 1637) voor een meer kwantitatieve theorie over de grootte van de regenboog en op Newton met zijn prismaproef (1665) voor onze ROGGBIV-indeling van de kleuren (bron). Maar daarmee zitten we al in de Wetenschappelijke Revolutie: toen waren de middeleeuwen voorbij.

~

Eén aspect dat mij als wetenschapsfilosoof bijzonder boeit aan deze geschiedenis is dat de middeleeuwse vier-kleurentheorie van de regenboog een duidelijk voorbeeld is van "theorie-geladen waarneming". De latere theorie met zeven regenboogkleuren is trouwens nóg een voorbeeld: Newton meende namelijk dat het aantal kleuren in de regenboog overeen moest komen met het aantal noten in een octaaf en kwam zo tot zeven hoofdkleuren. De laatste twee, die hij indigo en violet noemde, worden nu meestal samengenomen als paars.

Vriendelijke groeten,
Sylvia Wenmackers

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Beantwoord door

Prof. dr. Sylvia Wenmackers

Wetenschapsfilosofie, theoretische fysica en materiaalfysica.

Katholieke Universiteit Leuven
Oude Markt 13 3000 Leuven
https://www.kuleuven.be/

Zoek andere vragen

© 2008-2026
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door Eos wetenschap. Voor vragen over het platform kan je terecht bij ikhebeenvraag@eos.be