1) Snijpunt met de y-as
Alle punten op de y-as hebben een x-coördinaat die nul is en elk punt met x-coördinaat gelijk aan nul ligt op de y-as. De vergelijking van de y-as is daarom x = 0. Als je dus x = 0 stelt vind je het snijpunt van de rechte y = mx+q met de y-as. Je vindt dan y = q
Elke rechte y = mx + q heeft dus precies 1 snijpunt met de y-as
2) Snijpunt met de x-as
Alle punten op de x-as hebben een y-coördinaat die nul is en elk punt met y-coördinaat gelijk aan nul ligt op de x-as. De vergelijking van de x-as is daarom y = 0. Als je dus y = 0 stelt, en x afzondert vind je het snijpunt met de x-as: x = - q/m
maar...
dit kan natuurlijk enkel indien m zelf niet nul is, want je kan niet delen door nul. Die m is immers de richtingscoëfficiënt van de rechte, en als die niet nul is wil dat zeggen dat de rechte schuin ligt, dus niet evenwijdig aan de x-as. Dan heb je dus 1 snijpunt in x = -q/m
Dus moeten we ook eens kijken wat er gebeurt als de richtingscoëfficiënt m wel nul is, dus als de rechte evenwijdig is aan de x-as. Dan hebben we dus een horizontale rechte.
Voor zo'n horizontale rechte zijn er twee mogelijkheden:
1) als q zelf ook nul is valt de rechte samen met de x-as, en zijn er dus oneindig veel snijpunten, namelijk alle punten van de x-as
2) als q niet nul is zijn de rechte en de x-as evenwjdig maar verschillend, en is er dus geen snijpunt.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.