Het Belgische schip Scaldis heeft ooit dienst gedaan om "iets" te testen. Helaas is dat "iets" toen beschadigd geweest en betekende dat dan ook het voorlopige einde van dat "iets". Wat is de naam van dat "iets"?
Er zijn meerdere schepen die de Latijnse naam voor de Schelde dragen (vandaag zelfs acht verschillende tegelijk!), maar ik denk dat u het vrachtschip bedoelt dat in 1948 hielp bij de eerste diepzeeduik in de Mariannentrog.
Auguste Piccard, die model stond voor professor Zonnebloem in de Kuifje-albums, had met de hulp van het Belgisch Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (Fonds Nationale de Recherche Scientifique, FNRS) een diepzeeduikboot gebouwd om in de Atlantische Oceaan af te kunnen dalen. Sinds de jaren 1930 gebeurde dat met stalen bollen, die met een kabel aan een schip verbonden bleven en konden opgehesen worden, bathysferen. Piccard bouwde een 'bathyscaaf', de FNRS-2, die er uitzag als een zeppelin: een groot vat met kerosine als vlotmiddel (lichter dan water, niet samendrukbaar) en daaronder een stalen bol voor de instrumenten en de bemanning. In oktober 1948 bracht het vrachtschip de Scaldis de FNRS-2 naar het midden van de Atlantische Oceaan, dichtbij de Kaapverdische Eilanden. De knaloranje duikboot werd op 3 november in de namiddag eerst onbemand afgezonken. Na nog geen halfuur, en ruim tien minuten te vroeg, loste een automatische kloksysteem de gewichten en kwam de duikboot vanzelf weer naar boven. Piccard betrad het vaartuig, en zag dat op de drukmeters dat een recorddiepte van 1.380 meter was bereikt.
Een probleem was dat de Scaldis, nochtans een groot vrachtschip van 4300 ton, er niet in slaagde om de bathyscaaf terug aan boord te hijsen, vooral omwille van het gewicht van de kerosine. De slangen waarmee de kerosine eerder die dag vanuit het schip naar de onderzeeër was gepompt, konden niet meer worden aangesloten, o.a. omdat de zee ruwer was geworden. In eerste instantie besloten de kapitein en Piccard om de onderzeeër terug naar de haven te slepen, maar na een paar uur bleek dat de golven de bathyscaaf beschadigden. Daarom maakte Piccard, nochtans wetenschapper en natuurliefhebber, van zijn hart een steen en liet de kerosine in volle zee lozen, om dan toch de FNRS-2 aan boord te kunnen hijsen. Iets te laat, waardoor het hoogtechnologische vaartuig al te beschadigd was voor de geplande bemande duiken in de volgende dagen.
Piccard was nog redelijk positief, maar in de pers werd de Scaldis-FRNS-2 test als een mislukking beschouwd:
Het resultaat was dat het Belgische FNRS weigerde om nog verder te investeren in herstellingen, en het tuig verkocht aan de Franse Marine. Die verbouwde het tot de iets langere en dus stabielere FRNS-3. Tegelijk ontwikkelde Piccard met Italiaanse en Zwitserse steun een nieuw model, de Triëste. De Triëste was duidelijk beter, met o.a. een gesloten beademingssysteem dat later ook in de ruimtevaart werd gebruikt, maar ook de FRNS-3 had haar verdiensten en werd een 'sparring partner' van de Triëste:
De FNRS-2/3 is nog te bewoneren in Toulon, de Triëste staat in een museum in Washington DC. En die eerste heeft dus via haar oorsprong, haar naam, en haar moederschip, nog steeds banden met België.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.