Wat moest het Belgische schip Scaldis testen?

Marina, 53 jaar
7 april 2016

Het Belgische schip Scaldis heeft ooit dienst gedaan om "iets" te testen. Helaas is dat "iets" toen beschadigd geweest en betekende dat dan ook het voorlopige einde van dat "iets". Wat is de naam van dat "iets"?

Antwoord

Er zijn meerdere schepen die de Latijnse naam voor de Schelde dragen (vandaag zelfs acht verschillende tegelijk!), maar ik denk dat u het vrachtschip bedoelt dat in 1948 hielp bij de eerste diepzeeduik in de Mariannentrog.

Auguste Piccard, die model stond voor professor Zonnebloem in de Kuifje-albums, had met de hulp van het Belgisch Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (Fonds Nationale de Recherche Scientifique, FNRS) een diepzeeduikboot gebouwd om in de Atlantische Oceaan af te kunnen dalen. Sinds de jaren 1930 gebeurde dat met stalen bollen, die met een kabel aan een schip verbonden bleven en konden opgehesen worden, bathysferen. Piccard bouwde een 'bathyscaaf', de FNRS-2, die er uitzag als een zeppelin: een groot vat met kerosine als vlotmiddel (lichter dan water, niet samendrukbaar) en daaronder een stalen bol voor de instrumenten en de bemanning. In oktober 1948 bracht het vrachtschip de Scaldis de FNRS-2 naar het midden van de Atlantische Oceaan, dichtbij de Kaapverdische Eilanden. De knaloranje duikboot werd op 3 november in de namiddag eerst onbemand afgezonken. Na nog geen halfuur, en ruim tien minuten te vroeg, loste een automatische kloksysteem de gewichten en kwam de duikboot vanzelf weer naar boven. Piccard betrad het vaartuig, en zag dat op de drukmeters dat een recorddiepte van 1.380 meter was bereikt.

Een probleem was dat de Scaldis, nochtans een groot vrachtschip van 4300 ton, er niet in slaagde om de bathyscaaf terug aan boord te hijsen, vooral omwille van het gewicht van de kerosine. De slangen waarmee de kerosine eerder die dag vanuit het schip naar de onderzeeër was gepompt, konden niet meer worden aangesloten, o.a. omdat de zee ruwer was geworden. In eerste instantie besloten de kapitein en Piccard om de onderzeeër terug naar de haven te slepen, maar na een paar uur bleek dat de golven de bathyscaaf beschadigden. Daarom maakte Piccard, nochtans wetenschapper en natuurliefhebber, van zijn hart een steen en liet de kerosine in volle zee lozen, om dan toch de FNRS-2 aan boord te kunnen hijsen. Iets te laat, waardoor het hoogtechnologische vaartuig al te beschadigd was voor de geplande bemande duiken in de volgende dagen.

Piccard was nog redelijk positief, maar in de pers werd de Scaldis-FRNS-2 test als een mislukking beschouwd:

  • de diepzeeduiker had te snel de gewichten gelost,
  • het vrachtschip was niet krachtig genoeg geweest om het terug aan boord te hijsen,
  • de brandstofslangen waren te moeilijk te hanteren waardoor kostbare tijd verloren ging,
  • het onderzoekstuig was te beschadigd om verder te gebruiken voor de meer mediagenieke bemande duiken.

Het resultaat was dat het Belgische FNRS weigerde om nog verder te investeren in herstellingen, en het tuig verkocht aan de Franse Marine. Die verbouwde het tot de iets langere en dus stabielere FRNS-3. Tegelijk ontwikkelde Piccard met Italiaanse en Zwitserse steun een nieuw model, de Triëste. De Triëste was duidelijk beter, met o.a. een gesloten beademingssysteem dat later ook in de ruimtevaart werd gebruikt, maar ook de FRNS-3 had haar verdiensten en werd een 'sparring partner' van de Triëste:

  • midden augustus 1953: bemande duik van de FNRS-3 tot 2.112 meter diepte, buiten thuishaven Toulon
  • 11/8/1953: bemande duik van de Triëste door vader en zoon Auguste en Jacques Piccard tot 3.167 meter diepte, buiten Napels
  • 15/2/1954: bemande duik van de FNRS-3 tot 4.050 meter diepte, op ongeveer dezelfde plaats als in 1948
  • 23/01/1960: bemande duik van de Triëste, ondertussen verkocht aan de Amerikaanse zeemacht en voorzien van een nieuwe bathysfeer-bol, door Don Walsh en Jacques Piccard tot 10.916 meter in de Marianentrog in de Stille Oceaan.

De FNRS-2/3 is nog te bewoneren in Toulon, de Triëste staat in een museum in Washington DC. En die eerste heeft dus via haar oorsprong, haar naam, en haar moederschip, nog steeds banden met België.

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Beantwoord door

Dr. Karl Catteeuw

Geschiedenis van opvoeding en onderwijs, Roemeens, muziek

Katholieke Universiteit Leuven
Oude Markt 13 3000 Leuven
https://www.kuleuven.be/

Zoek andere vragen

© 2008-2026
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door Eos wetenschap. Voor vragen over het platform kan je terecht bij ikhebeenvraag@eos.be