Hey Marie,
Een heel boeiende vraag! Ik moet in eerste instantie bekennen dat ik je het antwoord ook schuldig moest blijven maar vond de vraag zo intrigerend dat ik
even wat onderzoek heb gedaan voor je.
Als we de wafel herleiden tot zijn essentie is het niet meer als een beslag dat krokant gebakken wordt aan beide zijden. Als je wl kan je zelfs wafels bakken zonder wafelijzer,
het is dan enkel een kwestie om de wafel tijdig te draaien en aan beide zijden gelijkmatig te bakken. De traditie van dit te toen tussen twee hete platen is eigenlijk al eeuwenoud.
De eerste vermeldingen van deze techniek vinden we al terug bij de oude grieken. Rond 200 VC beschrijft de Griekse schrijve Athenaeus van Naucratis al een systeem waarbij koeken gebakken worden tussen twee hete platen. De koeken kregen de naam "obelios" mee. Het leuke van de naam is dat hij erg lijkt op de naam die de Grieken aan hun munten gaven (obolen). Hun vervaardiging is dan ook heel gelijkend. Daar waar de koeken tussen twee hete metalen platen werden gebakken, zo werden ook munten gegoten/geslagen tussen twee metalen platen.
Het is pas op het einde van de volle middeleeuwen dat we ze daarna opnieuw terugvinden en dat ze dan ook steeds meer hun huidige wafelvorm zullen aannemen, al blijft er wel heel wat variatie. Oude benamingen voor deze zoetigheid in die periode waren onder meer "oublies" (merk je nog enigzins de gelijkenis met de Griekse naam?) en "pain d'Juif" (=jodenbrood, mogelijk is dit een referentie naar het feit dat de eerste wafeldegen geen desem of gist bevatte, zoals bij de Joodse broodtraditie).
Vanaf de 13de eeuw zien we dan ook het ontstaan van de wafelijzers. Wie die juist heeft uitgevonden is jammer genoeg niet duidelijk maar ieder huisgezin had er al snel eentje in huis. Omdat nu de meeste wafels een ruitpatroon gaan vertonen door de specfieke vorm van het wafelijzer, treed ook een naamsverandering op. De vakjes in de wafel doen sterk denken aan een honingraat die de koeken de naam “gaufre” (naar het latijnse woord “grafum” of het oud Frans “wafla” of “wafel”) oplevert wat direct verwijst naar hun specifieke ruitjesvorm.
De oudste wafelijzers waren tweeledig gemaakt uit ijzer en worden gebruikt in open vuur, de vorm is doorheen de tijd erg verschillende en kan zowel het traditionele ruitjespatroon vertonen als ook mythologische, historische, religieuze of heraldische (wapenschild) motieven. Dat wafels vooral bij feestelijkheden (zoals nieuwjaar, carnal en kermis) werden gegeten speelde deze variatie zeker in de hand.
De oudste ijzers die we kennen uit de 13de eeuw, hebben geen boord en de stelen met handvat stonden aan de zijkant van het wafelijzer.
Een goed voorbeeld van een dergelijk ijzer kan je terugvinden op een schilderij van Brueghel de Oudere (Kermis en lente, rond 1560) waarop je een vrouw centraal in het schilderij wafels ziet bakken (foto hieronder toegevoegd).
In het begin van de 19de eeuw, is het invoegen van een boord een belangrijke innovatie bij de wafelijzers. Op 24 augustus 1869 wordt het eerste patent verleent op een wafelijzer en dit aan Cornelius Swarthout in New York.
In de 20ste eeuw worden de handvaten steeds korter omdat de ijzers nu naast in open vuur ook op de kachel werden gebruikt. Uiteindelijk zal het ijzer ook worden omgezet in de elektrische vorm zoals we die nu kennen. Het eerste elektrische wafelijzer komt in 1911 op de markt en werd al snel een klassieker.
Ik hoop dat dit toch enigzins je vraag beantwoordt?
Beste groeten,
Tim Clerbaut
Archeoloog Universiteit Gent
Tim.Clerbaut@UGent.be
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.