Waarom bestaat school als ik kan vertalen via Google Translate, aardrijkskunde kan leren via Google Maps en een rekenmachine heb voor wiskunde?

jan, 15 jaar
2 december 2014

Antwoord

Dag Jan,

Het korte antwoord luidt dat die instrumenten niet perfect zijn: Google Translate maakt verre van perfecte vertalingen (soms zeer grappig), met een rekenmachine kan je naar hartelust foute berekeningen maken (door denkfouten en door tikfouten), in Google Maps (tiens, weer van hetzelfde bedrijf!) zitten ook fouten. Het zijn zeer nuttige instrumenten, maar geen samenvattingen van een schoolvak. Je leert er geen algemene wiskunde, taalkennis of aardrijkskunde mee. Dat geldt nog duidelijker wanneer je de papieren varianten van die instrumenten bekijkt: een woordenboek is géén taalcursus, een atlas géén aardrijkskunde-handboek, een rekenmachine leert weinig over hogere wiskunde. En zelfs de redelijk saaie oefeningen hebben hun waarde: dankzij hoofdrekenen weet je dat 123 x 452 ergens een getal met vijf cijfers moet zijn; via taallessen leer je ook deelnemen aan gesproken taal.

Maar het lange antwoord is interessanter. Waarom komt bepaalde inhoud in leerplannen en schoolboeken terecht? In principe gaat het om vaardigheden en kennis die je niet vanzelf kan verwerven en nodig worden geacht voor volwassen leven, beroep of verdere studies. Maar dat klopt niet helemaal:

  • Sommige zaken moet je buiten school via cursussen onder de knie krijgen (autorijden?), andere zaken komen op school aan bod terwijl veel mensen ze erbuiten verwerven, van nog andere zaken wordt betwijfeld of ze wel nodig zijn in het latere leven.
  • Je kan jezelf veel meer zaken aanleren. Zo zijn er al pogingen ondernomen om 'teaching machines' en 'programmed learning' te ontwerpen, waarbij je kan leren zonder leerkracht of school, iets wa nog doorwerkt in sommige vormen van taalonderwijs op afstand. En in de jaren 1970 trachtten enkele pedagogen uit een compleet andere visie om meer informele leernetwerken op te zetten, zodat scholen minder nodig zouden zijn.

Een heel scherpe lijn tussen wat wel en niet op het 'curriculum' (wat op school onderwezen wordt) hoort, is daarom ontstaan uit verschillende bronnen: een groot stuk traditie, een beetje maatschappelijk en politiek debat, maar ook persoonlijke overwegingen. Traditie is belangrijk, dat leert bijna elke onderwijshervorming. Zo werd het wiskunde-onderwijs in Vlaanderen al een paar keer grondig hervormd, met zowel Moderne Wiskunde als minder radicale vernieuwingen die nadruk legden op schattend rekenen.

Wel is duidelijk hoe iets op het curriculum komt: landelijke eindtermen sturen daarbij sterk, leerplannen preciseren die voor verschillende netten, handboeken en methodes gaan daar nog verder in, maar ook de directie en vooral de leerkracht plukken daaruit wat hen essentieel lijkt om te onderwijzen, en vullen dat soms aan met nieuwe zaken. Vreemd genoeg is de tendens er een om steeds meer onderwerpen en vaardigheden naar het onderwijs door te schuiven: verkeersveiligheid, wereldburgerschap, ondernemerschap, technisch inzicht, interesse in actualiteit, autorijden...

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2026
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door Eos wetenschap. Voor vragen over het platform kan je terecht bij ikhebeenvraag@eos.be