Op de achterkant van het boek 'De Officier' (dat over de Dreyfus-affaire gaat) staat het volgende geschreven: '... De slimme en vriendelijke man Piquart krijgt de opdracht om een geheim onderzoek te leiden naar de Dreyfus-affaire. Enkele maanden later ontdekte hij dat de werkelijke spion nog steeds in het Franse leger actief is en hij zet een listige operatie in werking om hem in de val te lokken...'
Mijn vraag luidt: wie is die 'werkelijke spion' en hoe lokte Piquart hem in de val?
Het ging om Ferdinand Walsin Esterhazy, een majoor verbonden aan de Franse Generale Staf.
Hij was een onecht kind uit de Oostenrijks-Hongaarse familie Esterhazy, maar geboren en opgegroeid bij de Franse lijfarts van die familie, Walsin - hij behoorde nooit officieel tot de Esterhazy-familie, en liet zich in 1908 door de familie afkopen om nooit meer de naam te gebruiken. Hij verspilde veel geld met speculaties, eerst zijn erfenis, later het fortuin van zijn vrouw, hetgeen waarschijnlijk de doorslag gaf om voor Duitsland te spioneren. Bovendien was hij ook erg verbitterd over zijn militaire aanstellingen, zodat hij misschien ook uit wraak handelde.
In 1894 ontdekte een Franse schoonmaakster de fameuze 'bordereau' in een prullenmand de Duitse ambassade: een anoniem en verscheurd briefje van een Frans officier die militaire geheimen verkocht over een nieuw type Frans kanon en de inzet ervan. Dreyfus werd verdacht om zijn Joodse en Elzassische afkomst, en in 1895 veroordeeld op basis van vergelijking van zijn handschrift. Op een erg vreemde manier: de handschriftexperts toonden aan dat het gebrek aan gelijkenis tussen Dreyfus' gewone handschrift en het bordereau-handschrift, net bewees dat hij de auteur was, en met opzet zijn letters had vervormd. Een jaar later, in 1896, ontdekte de nieuwe chef Militaire Inlichtingen Picquart (met een cq) een geschreven antwoord op de bordereau van de Duitse militaire attaché in de ambassade, Max von Schwartzkoppen, gericht aan de Franse majoor Esterhazy. Tweede bewijs dat hij vond van Esterhazy's schuld, was opnieuw een vergelijking van het handschrift waarin de bordereau was opgesteld, maar deze keer met Esterhazy's handschrift - en deze keer met een sterke gelijkenis. Picquart werd overgeplaatst (zijn oversten hielden Esterhazy een hand boven het hoofd, of wilden geen vergissing toegeven), waarop Picquart in 1897 zijn materiaal doorspeelde aan Dreyfus' advocaten. Die verkregen in 1898 van een ex-vriendin van Esterhazy persoonlijke correspondentie waarin majoor Esterhazy zijn afkeer van Frankrijk en het Franse leger uitsprak - onrechtstreeks bewijs.
Picquard kon dus Esterhazy niet echt in de val lokken. Wel maakte hij hem verdacht, waardoor alles opnieuw in een stroomversnelling kwam. Esterhazy vroeg een krijgsraad achter gesloten deuren om zijn naam te zuiveren, hetgeen in januari 1898 ook gebeurde. Dat was de druppel die voor Emile Zola de emmer deed overlopen, waarop hij zijn fameuze 'J'accuse'-artikel schreef. Misschien het sterkste argument voor Esterhazy's schuld volgde dan: op 1 september vermomde hij zich en vluchtte hij het land uit, via Brussel naar Engeland. Esterhazy gaf uiteindelijk ook in één van zijn krantenartikels die hij om den brode vanuit Engeland schreef, toe de auteur van de bordereau te zijn geweest. Maar hij voegde daaraan toe dat hij dubbelspel had gespeeld, op instructies van zijn Franse oversten.
In de loop van de 20ste eeuw waren er nogal wat aanhangers van die revistionistische theorie, waarbij Esterhazy een dubbelspion was die op commando van zijn kolonel Sandherr foute informatie aan de Duitsers bezorgde. Het voordeel was dat die theorie ook verklaarde waarom Esterhazy zo hardnekkig buiten schot werd gehouden door de Franse legertop. Het type 120mm kanon waarover in de bordereau werd gesproken, was bijvoorbeeld al lang afgekeurd ten voordele van het ultrageheime en meer wendbare 75mm kanon. Sandherr was echter al voor het uitbreken van de affaire overleden en kon dat niet bevestigen, en er was geen enkel schriftelijk bewijs van het dubbelspel. Franse historici als Marcel Thomas en Vincent Duclert toonden dat Esterhazy zijn verkoopbare, maar halfbakken informatie ook zonder hulp van hogerhand kon bemachtigen, en dat hij met zijn Duitse betalingen zijn schulden afloste, hetgeen de theorie van het dubbelspel veel minder waarschijnlijk maakt.
Vast staat dat Dreyfus niets met de zaak te maken had, en dat Esterhazy de bordereau had geschreven. Of hij dat gedaan had met medeweten van zijn oversten, is onduidelijk en hoogst twijfelachtig.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.