Het gaat alleszins om overstromingen.
Gemeten naar stoffelijke schade, is het wellicht de watersnoodramp van 1953, waarbij in de nacht van 31 januari op 1 februari bijna heel Zeeland onder water verdween door een combinatie van stormweer en springtij. Ongeveer 1830 personen kwamen daarbij in Nederland om, een dertigtal in België.
Gemeten naar het aantal slachtoffers is de Sint-Luciavloed die vooral de Friese kust trof. Het eiland Griend verdween haast volledig, de Waddenzee werd geslagen en een doorbraak zorgde die nacht ervoor dat het IJselmeer veranderde in een Zuiderzee, en dat de visserdorpen errond onderliepen. Zoals veel middeleeuwse overstromingen is ze vernoemd naar de daaropvolgende naamdag van een heilige, zodat we wel weten dat ze op de nacht van 13 op 14 december 1287 plaatsvond. Er waren tussen de 50 000 en 80 000 doden.
Twee andere belangrijke overstromingen met veel slachtoffers, opnieuw meer richting Zeeland, waren de Eerste Grote Mandrenke of Sint-Marcellusvloed van 1362 waarbij wellicht minstens 10 000 slachtoffers vielen, en de Tweede Grote Mandrenke of Buchardivloed van 1634, waarbij 8 tot 15 000 doden vielen en het waddeneiland Strand uiteenviel.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.