"A non-aggression pact may be agreed between two factions via diplomacy as a statement of mutual trust. It is usually the first step in building relations towards trade and, eventually, an alliance. A faction breaking a non-aggression pact will incur significant diplomatic penalties which make it less likely that other factions will trust them in future. "
Allianties (verdragen waarbij partijen elkaar bijstand beloven) waren altijd al de norm, niet-aanvalsverdragen (verdragen waarbij partijen beloven afzijdig te blijven) waren eerder de uitzonderingen.
Toch zijn er een paar oude voorbeelden van niet-aanvals- of neutraliteitsverdragen: de Vrede van Callias (ca. 449 c. Chr.) zou een einde hebben gemaakt aan de Perzische Oorlogen maar er bestaat twijfel of het niet pas een halve eeuw later werd gefabriceerd; het Verdrag van Londen (1518) was de belofte van de grote Europese naties om elkaar in tijden van Ottomaanse dreiging niet onderling aan te vallen; het Herverzekeringsverdrag dat Bismarck met Rusland sloot in 1887 om oorlog te voorkomen na het afspringen van de Driekeizersverbond Duitsland-Rusland-Oostenrijk/Hongarije.
Het hoogtij van niet-aanvalsverdragen lag heel duidelijk tussen 1920 en 1945, wanneer er tientallen van dat soort wederzijdse beloftes werden gemaakt om elkaar niet aan te vallen, maar ook niet bij te staan in een militair conflict. De reden daarvoor was eenvoudig de opgelopen spanning in de internationale politiek in die periode. Ze bleken niet altijd erg bestand, en werden vaak geschonden omdat ze ook weinig afdwingbaar waren, zelfs vaak geheim werden gehouden. Ze konden geen Tweede Wereldoorlog voorkomen. De niet-aanvalsverdragen werden dan na die periode ook vervangen door allianties, die vanaf dan ook veel grotere, meer multilaterale verbonden waren: de NAVO, het Warshaupact, ANZUS, SEATO...
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.