De term kan vertaald worden als 'ridderlijkheid', en wijst op een systeem van gedragsvoorschriften voor adel, en meer bepaald de mannelijke adel. En het bestond ook in Vlaanderen, Brabant en het Maasland.
Eén enkele set regels is er nooit geweest, de voorschriften evolueerden doorheen de tijd, en ze waren meestal niet letterlijk geformuleerd maar gevat in verhalen over voorbeeldige ridders. Romans over ridders Floyris, Aiol en Tristan werden in het Middelnederlands vertaald en berijmd. In de 'voorhoofse' ridderromans over Karel en Elegast, de Vier Heemskinderen of het Roelandslied, zijn moed, eer, eerlijkheid, lichamelijke kracht, zelfopoffering en trouw aan een heer zeer centrale waarden. In de 'hoofse' ridderromans rond Arthur, Walewein, Lanceloot of Floris en Blancefloer werd daar het verdedigen van de eer van een jonkvrouw aan toegevoegd, net als vrijgevigheid, en kwamen er ook het Christelijk geloof plots heel centraal te staan.
De beste bronnen voor ridderlijkheid in de Lage Landen zijn daarom de werken van Jacob Van Maerlant, Lodewijcs van Velthem en Diederik van Assenede.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.