Antwoord
Het is een beetje een eigenaardig systeem, zo'n getrapte en indirecte verkiezing van president (en vice-president). De logica erachter was
- dat men het congres niet genoeg vertrouwde om een president te kiezen: die laatste zou te zeer afhankelijk worden van het congres/parlement, en de eerste zou wellicht te verdeeld zijn om tot een keuze te komen.
- dat men het rechtstreeks verkiezen van een president niet vertrouwde, o.a. door de problemen bij het tellen, en mogelijke onevenwichten tussen staten die meer- of minderbevolkt zijn, of meer of minder (blanke) kiezers hadden.
Het resultaat was een soort schaduw-congres met maar één taak: een president verkiezen.
- Het aantal leden is gespiegeld aan dat van het echte congres, maar de leden mogen geen federaal ambt uitoefenen, en dus niet in het congres zetelen. Het moeten echt andere mensen zijn.
- Vreemd is dat de kiesmannen nooit fysiek samenkomen, tenzij per staat
- Ze worden per staat verkozen op basis van de naam van de presidentskandidaat die ze steunen, niet op basis van hun eigen naam (enkel in 8 staten komen de namen van de kiesmannen op de stembiljetten). Soms blijven ze zelfs helemaal anoniem.
- In tegenstelling tot congresleden, worden kiesmannen verkozen op basis van 'winner-takes-all' per staat, om de keuze duidelijker te maken en het gepalaver te verminderen: ofwel raakt de ene ploeg kiesmannen verkozen, ofwel een andere. Twee staten (Maine en Nebraska) doen dat niet, en kijken naar de winnaars per kiesdistrict, en leveren dus vaak verkozen kiesmannen van verschillende partijkleuren.
- Het zijn dan ook trouwe partijmilitanten, die per staatsafdeling van elke partij worden verkozen bij de preliminaries (voorverkiezingen) of bij caucus (op een partijbijeenkomst), afhankelijk van de wetgeving van die staat. Die nominatie als kiesmannen vindt plaats in de zomer of het najaar van het verkiezingsjaar, op een manier georganiseerd door de partijen. Eens voorgedragen door hun partij als kiesman, worden hun achtergronden gecontroleerd door het congres (o.a. of ze geen federaal ambt bekleden, wel degelijk over de nationaliteit beschikken, soms ook een schriftelijke belofte voor welke kandidaat ze zullen stemmen eens verkozen) en worden ze bevestigd als mogelijk kiesman.
Op de maandag na de tweede woensdag van december na de verkiezingen, verzamelen de verkozen kiesmannen zich in de hoofdstad van hun staat, om hun stem uit te brengen, die dan aan het congres wordt bezorgd. Het gaat om een erg ceremoniële formaliteit, met weinig verrassingen. Ze worden daar niet voor betaald. Slechts enkele staten voorzien een onkostenvergoeding, die meestal wordt weggeschonken aan een goed doel: de staat New York voorziet bijvoorbeeld 15$ vergoeding voor die ene dag, en 13 cent per mijl als reisvergoeding naar de hoofdstad Albany.
Er zijn in het verleden wel 167 'faithless electors' (scheldnaam) of 'fairvote electors' (zelfgekozen naam) geweest, die na te zijn verkozen toch voor een andere (vice-)presidentskandidaat hebben gestemd, of zich onthielden. Meestal gaat het om gewetensproblemen, enkele keren lag de motivatie bij een overleden kandidaat, en twee keer was het een politiek statement om het kiessysteem aan te klagen. Sommige staten maken het afwijkend stemmen strafrechterlijk vervolgbaar, maar het is nog nooit tot een echte vervolging gekomen. Ook heeft afwijkend stemgedrag van kiesmannen nog nooit op de uiteindelijke verkiezingsuitslag gewogen.
- in 1836 trokken 23 democratische kiesmannen hun steun in voor kandidaat-vice-president Richard M. Johnson, omdat zijn echtgenote een slavin van gemengde afkomst was. Johnson kwam één kiesman-stem tekort, maar werd door de Senaat (die bij verdeeldheid van de kiesmannen toch moet stemmen voor een president of vicepresident) verkozen als vice-president.
- In 1872 overleed de liberaal-republikeinse presidentskandidaat Horace Greeley drie weken na de verkiezingsdag, op het einde van november. Van de 66 verkozen kiesmannen uit zijn kamp, brachten uiteindelijk begin december slechts 3 een stem uit op de overledene: de anderen brachten een blanco stem uit, of stemden op drie andere democratische politici. Het presidentschap ging uiteindelijk toch naar het andere kamp, van de republikein Ulysses Grant.
- In 1912 gebeurde hetzelfde met de republikeinse vice-presidentskandidaat James S. Sherman die in de week voor de verkiezingsdag overleed, waarop 8 kiesmannen uit zijn kamp een andere republikein, Nicholas Murray Butler, verkozen als vice-president. Uiteindelijk gingen presidentschap en vicepresidentschap naar het democratische kamp.
- in 1948 scheurde een deel van de Democratische Partij in volle verkiezingsstrijd af, als States Right Democrats Party ('Dixiecrats'), met Strom Thurmond als presidentskandidaat die zich verzettte tegen de burgerrechtenbeweging. Niet-afgescheurde democratische kiesman Preston Parks bracht toch een stem uit voor Thurmond, die op het einde zo 39 kiesmanstemmen uit 4 staten achter zich kreeg, hoewel hij in het totaal slechts 3% van de burgerstemmen had. Democraat Harry Truman werd niettemin herkozen.
- In de jaren 1960 en 1970 waren er haast bij elke presidentsverkiezing individuele kiesmannen die een andere voorkeur stemden dan verwacht of beloofd was. Maar speciaal zijn toch de stemmen van kiesvrouwen Margarette Leach (1988) en Barbara-Lett Simmons (2000), die een onverwachte stem uitbrachten om het kiessysteem zelf aan te klagen: Leach draaide vice-president en president om uit protest tegen het Winner-Takes-All principe, Simmons onthield zich uit protest voor de ondervertegenwoordiging van Washington DC in het kiesmannensysteem.
- In 2016 was het toch wel speciaal omdat er meerdere electors anders stemden, maar dat toch niet in groep deden: 8 democratische en 2 republikeinse kiesmannen brachten een andere stem uit, voornamelijk uit onvrede met de presidentskandidaten van hun beide partijen.
Reacties op dit antwoord
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.