Beste,
In de steentijd bestond er helaas nog geen goede geneeskunde. De mensen moesten dus de ziekte gewoon doormaken en als het ernstig was stierven ze vaak. Ze werden in de steentijd dus ook niet zo oud (maximaal 30-35 jaar) en maakten in hun leven vele ziekten mee. Je kunt het vergelijken met dieren in de natuur zoals we ze nu nog kennen. Gewonde dieren blijven soms achter en worden dan een prooi. Bloedende wondes werden soms dichtgebrand.
Als je griep kreeg was je een week goed ziek, maar dat overleefde je meestal wel. Op de schors van wilgen kauwen verminderde de koorts wel wat. Later is ontdekt welke stof in de wilgenbast helpt: salicyl, wat we nu als aspirine kennen.
met vriendelijke groeten,
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.
Gynaecologie-verloskunde