Hoe oud werden de Oude Belgen?

An, 32 jaar
27 oktober 2013

Antwoord

Dag An, dat is een goeie, maar heel moeilijk te beantwoorden vraag. De beste manier om te onderzoeken hoe oud mensen werden, is onderzoek van het skeletmateriaal van de overledenen. Aan de hand van diverse indicatoren zoals lengte (om de kindersterfte na te gaan) of tandslijtage of de naden van de schedel en meer, kunnen we de leeftijd bepalen waarop de mensen in kwestie gestorven zijn. Nu zijn er voor de Ijzertijd, dat is de periode waarin de Oude Belgen gesitueerd moeten worden, relatief weinig skeletten of skeletgegevens bewaard gebleven. Dat komt door het begrafenisritueel, dat in onze omgeving meestal uit crematie bestond. Er zijn wel skeletten bewaard gebleven elders in Europa, omwille van mensenoffers of executies in veengebieden (veenlijken), het fenomeen dat in sommige gebieden overledenen in de openlucht werden gelegd (zoals bij Indianen in Noord-Amerika) of dat we slachtoffers van slachtpartijen en gevechten terugvinden (men had een andere relatie met de lichamen van overledenen dan wij hebben). We hebben dus wel enkele gegevens.

Het beeld dat daaruit voortkomt, is dat de levensverwachting niet hoog was. Ten eerste was de kindersterfte zeer hoog. De reden hiervoor is het gebrek aan medische kennis en middelen om bij complicaties bij de geboorte in te grijpen. Maar er moet ook zoiets als een algemene 'zwakte' door minder goede levensomstandigheden bestaan hebben, omdat ook dat zorgt voor verzwakking van de levenskansen van pasgeborenen. Men denkt dat van elke tien kinderen er maar een drietal volwassen werden, waarbij de meeste dus gewoon bij de geboorte stierven.

Maar ook als je 12 jaar haalde en tot volwassene opgroeide, was de levensverwachting niet zo hoog. Tegen dat je 15 was, was meestal één van je ouders gestorven. Volgens één onderzoek stierf men meestal tussen 30 en 40 jaar, een ander zegt dat men meestal niet de 45 haalde en dat mensen van 60 uitzonderlijk waren. Dit patroon is niet alleen vanuit een gebrek aan geneeskunde te verklaren, want in andere perioden voor de 19de en 20ste eeuw zijn er indicaties dat mensen wel degelijk "vlot" de 60 haalden. Dat zijn perioden waarin er een bepaald evenwicht was tussen de demografie en de beschikbare middelen die de landbouw of de jacht en het verzamelen voortbrachten. Het mesolithicum of de Vroege Middeleeuwen worden over het algemeen beschouwd als priodes met relatief weinig voedselproblemen, waarin genoeg voedzaam voedsel beschikbaar was voor de meeste mensen.

In andere perioden zien we dat er ofwel erg hard moest gewerkt worden om een aanvaardbare oogst te verzamelen, dat klimaat en maatschappelijke problemen (oorlog, conflict, sociale ongelijkheid) resulteerden in structurele ondervoeding, of een té eenzijdig dieet (bv. enkel gebaseerd op graan). We krijgen sterk het idee dat er in die periode, de late ijzertijd, ook iets mis was. Er was zeer veel sociale strijd om de macht te controleren, er waren veel conflicten tussen stammen en elites en als we naar de bewaarde lichamen kijken, zien we artritis heel gewoon was, wat wijst op overbelasting van de gewrichten (men moest vermoedelijk erg hard werken op de akkers om een aanvaardbare oogst te halen), of een te eenzijdige voeding waarin bepaalde bestanddelen misten. Er was ook duidelijk een gebrek aan vitaminen en er waren geregeld perioden van ondervoeding. Ook waren er grote tandproblemen, wat ook alweer wijst op een eenzijdig grote gerichtheid op granen als voedsel.

Het zag er niet goed uit met andere woorden, maar zoals gezegd, we hebben ook heel weinig data. Toch, het lijkt dat de mensen uit de Late Ijzertijd (200 VC-100 NC) idd niet zo 'oud' werden.

 

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2026
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door Eos wetenschap. Voor vragen over het platform kan je terecht bij ikhebeenvraag@eos.be