In de problematiek rond BHV blijken er twee mogelijke oplossingen: het splitsen van de kieskring BHV of terugkeren naar de vroegere kiesarrondissementen. Ik heb intussen al begrepen dat deze laatste juridisch gezien geen echte oplossing biedt, maar zou toch graag weten hoe de kieskringen voor de provinciale kieskringen waren ingedeeld. Alvast bedankt, Katja.
De vroegere kieskringen, die in de meeste gevallen samenvoegingen waren van gerechtelijke arrondissementen, werden in 2002 door de paars-groene regering vergroot zodanig dat ze nu samenvallen met de provincies. Een uitzondering is de oude provincie Brabant waar nog steeds de vroegere regeling met drie arrondissementele kieskringen, nl. Leuven, Brussel-Halle-Vilvoorde en Waals-Brabant, van toepassing is.
Het Grondwettelijk Hof heeft in 2003 geoordeeld dat dit een onaanvaardbare ongelijkheid vormt: overal in België provinciale kieskringen terwijl dit in Vlaams-Brabant en Brussel niet het geval is.
Men kan dit grosso modo op twee manieren oplossen. Enerzijds Halle-Vilvoorde afsplitsen van Brussel en bij Leuven voegen zodat het een provinciale kieskring Vlaams-Brabant vormt. Daar draaide de hele discussie over de splitsing van BHV rond, maar hierrond kon men dus geen akkoord bekomen. Anderzijds kan men de situatie in de oude provincie Brabant laten zoals ze is (BHV dus niet splitsen) en de situatie in de rest van België aanpassen aan de regeling in de Brabant, dwz overal elders in Belgïë terug arrondissementele kieskringen invoeren. Deze oplossing zou perfect tegemoet komen aan de bezwaren van het Grondwettelijk Hof, maar is politiek niet haalbaar omdat de Vlamingen dan een belangrijk drukkingsmiddel om BHV te splitsen uit handen zouden geven (en de splitsing van BHV is dan weer een middel om de verfransing in de brede rand rond Brussel tegen te gaan).
Dit waren de vroegere arrondissementele kieskringen (gebruikt tot en met de verkiezingen van 1999):
Antwerpen
Mechelen – Turnhout
Tournai – Ath - Mouscron
Charleroi – Thuin
Mons – Soignies
Hasselt – Tongeren – Maaseik
Luik
Huy – Waremme
Verviers
Arlon – Marche en Famenne – Bastogne
Namur – Dinant – Phillipville
Aalst – Oudenaarde
Gent – Eeklo
Sint-Niklaas – Dendermonde
Leuven
Nivelles
Brugge
Kortrijk – Roeselare – Tielt
Veurne – Diksmuide - Ieper - Oostende
Brussel-Halle-Vilvoorde
De partijen dienden per arrondissementele kieskring een kandidatenlijst in, maar de eigenlijke zetelverdeling verliep in drie fasen. In een eerste fase werden zetels over de partijen verdeeld op het niveau van de arrondissementele kieskring (op basis van kiesquotiënten: de stemmen van elke partij werden gedeeld door een kiesdeler). Nog niet alle zetels konden zo verdeeld worden, dus in een tweede fase werden alle stemmen van een partij samengeteld op het niveau van de provincie (concreet werden bv. voor de provincie Antwerpen de stemmen van een partij in het arrondissement Antwerpen opgeteld bij deze van het arrondissement Mechelen-Turnhout). Zo werden de resterende zetels dan verdeeld tussen de partijen op basis van de delerreeks D'Hondt. Nu waren alle zetels over de partijen verdeeld, maar deze moesten in een derde fase nog binnen de partij terug toegewezen worden aan de arrondissementele kieskringen.
Naast de hoger vermelde politieke bezwaren, zijn er nog nadelen verbonden aan deze oude regeling. Ze is zeer complex en moeilijk te begrijpen voor de meeste mensen. Daarnaast zorgt ze soms voor onlogische resultaten ('bokkensprongen'). Zo haalde Groen! in 2007 geen zetel in de kieskring Leuven met 8.22 % van de stemmen, terwijl LDD slechts 5.84 % van stemmen haalde maar er wel een zetel krijgt.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.