Deze begrippen kan je gebruiken bij het opstellen van betrouwbaarheidsintervallen.
Bij een normale verdeling is gebruik je de standaardafwijking sigma van de volledige populatie, en je deelt door wortel n voor de spreiding van de verzameling van steekproeven bestaande uit n samples.
Daar heeft een betrouwbaarheidsinterval de gedaante : X(bar) ± Z . sigma / wortel(n)
waar X(bar) het gemeten steekproefgemiddelde is, Z de factor uit de normaalverdeling die bepaalt hoeveel procent het interval bevat, siigma de standaardafwijking van de totale populatie en n de steekproefgrootte.
De tweede vorm die je vermeldt is specifiek voor een binomiaalverdeling : daar is een betrouwbaarheidsinterval van de vorm : p ± Z . wortel(pq/n) met p de gemeten proportie en n de steekproefgrootte
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.