Waarom maken veel mensen gebruik van gebaren als ze met de gsm bellen? De ontvanger heeft daar toch niets aan!

Filip, 37 jaar
4 december 2008

Antwoord

Beste Filip

Telefoneren heeft als communicatieproces zowel een individueel aspect als een relationeel facet.

Wij praten sowieso niet enkel met woorden maar ook met ons lichaam (lichaamstaal). Wij gebruiken o.a. ons gelaat (mimiek) en onze handen. Neurologisch is dit gedrag zo sterk (en evident) dat het in onze hersenwerking gegraveerd staat. M.a.w. er treden automatismen op die gestuurd worden uit diverse hersengedeelten (en niet enkel uit het taalgebied). Voor onze hersenen is er geen verschil tussen praten met iemand tegenover ons en praten via een telefoon. Omdat we ons uiten, zullen we dat op de “gewone” manier doen, dus ook met lichaamstaal. Vergelijk dit met een ritje op een roetsjbaan op de kermis. Wanneer wij met grote snelheid (gezeten en (gelukkig) goed vastgegespt) in een wagentje naar beneden storten, zullen velen panikeren en gillen. Onze hersenen geven immers het signaal: dit loopt hier fout, we hebben geen controle meer over het gebeuren. Hoewel we bij aanvang weten (beseffen) wat ons te wachten staat, zullen bepaalde mechanismen (overlevingsreflexen, doodsangsten) de overhand nemen. Onze ratio is dus bij momenten niet sterk genoeg om een fysieke sensatie op het moment van de belevenis te relativeren. En dus wordt rationeel inzicht overruled.

Zo ook als we telefoneren. We gaan op in het praten en alle mechanismen treden daarbij in werking. We halen onze schouders op, gesticuleren met armen en gebruiken onze vingers om een en ander te benadrukken of weg te wimpelen. Noem het automatismen.

Wanneer we in een samenleving leven die veel belang hecht aan regels (een fijnmazige cultuur) zal je ook de onderwerpende gebaren of extreme beleefdheidsgebaren gebruikt zien worden (zoals het maken van een buiging bij het afscheid nemen aan de telefoon). Een en ander werd mooi in beeld gebracht door Desmond Morris (die enkel vaststelt, en niet altijd een verklaring geeft voor onze bodylanguage).

En in deze presentatie heeft Christopher de Charms het o.a. over de impact van gegraveerde hersenpatronen m.b.t. pijn.

http://www.ted.com/index.php/talks/christopher_decharms_scans_the_brain_in_real_time.html

Lichaamstaal is echter niet enkel een automatisme, het heeft een functie tijdens het  telefoneren. Dit bewijzen diverse opleidingen in het kader van zakelijke communicatie, meer bepaald zakelijk telefoneren. Zo wordt de tip gegeven alvorens de hoorn op te nemen te glimlachen.

De glimlach is hoorbaar in je stem. Door positieve chemische reacties die de glimlach in je hersenen veroorzaakt kom je vriendelijker over. Volgens sommigen maakt het ook verschil met welke hand je de telefoon vasthoudt. Als je de hoorn met je linkerhand vasthoudt activeer je daarmee de rechter hersenhelft, die een deel van onze gevoelens regelt. Hierdoor klinkt je stem vriendelijker. Dit laatste zou overigens alleen gelden voor rechtshandigen. Bij linkshandige mensen is het precies andersom.

Lichaamstaal tijdens het bellen helpt ook om de intonatie te versterken. Onze houding en onze gebaren hebben een directe invloed op onze stem, en dus ook op onze telefoonstem. Als we tijdens een telefoongesprek onze rug strekken en ons hoofd oprichten dan wordt onze stem vanzelf luider. Als we heen en weer lopen en drukke gebaren maken, gaan we sneller spreken. Als we staande telefoneren komen we zelfbewuster over dan zittend. Zittende mensen praten zachter en komen geremder over. Dus deels onbewust gaan we de inhoud (en dus intonatie) van wat we zeggen méér kracht geven door onze lichaamshouding aan te passen.

Een telefoongesprek vergt overigens meer aandacht dan een tweegesprek in aanwezigheid van de ander omdat we aan de telefoon de non-verbale signalen van onze gesprekspartner missen. En onze non-verbale signalen niet overkomen bij de ander.

Vriendelijke groet

Willy Coomans

 

Reacties op dit antwoord

Er zijn nog geen reacties op deze vraag.

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Beantwoord door

 Willy Coomans

Marketingcommunicatie; reclame; mediacampagnes; overheidsvoorlichting; onlinecommunicatie; web2.0; contentmanagementsystemen; copywriting. Maar ook: hedendaagse kunst; cultuurfilosofie; literatuur, scenarioschrijven; film.

Hogeschool PXL
Elfde-Liniestraat 24 3500 Hasselt
http://www.pxl.be

Zoek andere vragen

© 2008-2022
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen