Bestaat er een naslagwerk vanuit de Kerk hoe men christelijke taferelen iconografisch moest schilderen?

Willem, 57 jaar
25 december 2020

Bvb: de attributen bij heiligen, personen bij een kerststal, hoe Jezus of Maria moest uitzien,... Er bestaan wel boeken over iconografie, maar heeft de Kerk zelf zo een boek met voorgeschreven regels? En zo ja, is dit te bekomen?

Antwoord

Het waren grotendeels tradities die door schilders (en beeldhouwers, en miniaturisten, en retabelmakers...) aan elkaar werden doorgegeven, en waarin dus ook regionale verschillen, esthetische modes en andere evoluties slopen. Dat verklaart waarom er zo'n evoluties zijn in de symboliek omtrent bijvoorbeeld de aanbidding door de wijzen, of pakweg de kruisafname: de vorm en de grootte van het kruis wijzigen van het ene schilderij naar het andere, het uiterlijk van de Christus verandert net als zijn aureool en lendedoek, de omstaanders verschillen, de kledij, de manier van bevestigen aan het kruis...

Een aureool, oorspronkelijk 'nimbus' was bijvoorbeeld eerst een symbool voor Romeinse keizers, en werd tot de 4de eeuw in Christelijke afbeeldingen voor Christus zelf gereserveerd. Daarna werd hij steeds vaker op heiligen toegepast, kreeg de gouden schijf achter het hoofd in de renaissance diepte en perspectief, werd hij bij Rembrandt een lichstraal achter het hoofd en bij weer anderen een lege, gouden cirkel. Ook attributen, lichaamskenmerken en typische houdingen veranderden. Zeker vanaf de 12de eeuw groeide het aantal attributen enorm: Sint-Antonius van Padua kon herkend worden als een heilige in een monnikenpij met een lelie in de hand, maar ook met een brood, een kleuter, of een knielende ezel; zijn bijna-naamgenoot Sint-Antonius van Egypte zag er hetzelfde uit maar dan met een baard en een varken, een bel, een T-vormig kruis of een wandelkruk. Dat werd al snel ingewikkeld en dus ook verwarrend. Een vrouwelijke heilige met een brood kon zowel Elisabeth van Hongarije als St. Geneviève zijn, en een mannelijke heilige met een lelie dwong tot een keuze uit Sint-Antonius van Padua (hierboven), Sint-Emeric, Sint-Casimir, de aartsengel Gabriel, Sint-Jozef, Sint-Nicholas van Tolentino of Sint-Phillipus Neri. Context en regio moesten dan helpen... of extra attributencombinaties.

De eerste naslagwerken om die visuele symboliek te verklaren kwamen er in de 16de eeuw, en waren in de Westerse wereld vooral bedoeld om de kijker te helpen, niet zozeer de maker. Bovendien waren ze in eerste instantie gericht op iconografie uit de Oudheid, die niet bij iedere kijker tot de parate kennis behoorde. Die vroege iconografie- en emblematica-boeken werden geschreven door Giorgio Vasari, Cesare Ripa, Gian Piettro Bellori, en hielpen om scènes uit antieke mythologie en geschiedenis te herkennen en te begrijpen.

Enkel in de Oosterse kerk ontstonden in die periode zogenaamde podlinniks, handboeken voor iconenmakers, waarin zelfs voorbeelden en sjablonen zaten. Ze waren dus wel op de beeldenmakers gericht, en focusten op religieuze kunst. Maar zelfs die handleidingen hadden regionale stromingen: Russische, Balkan, Adriatische, Byzantijnse, Georgisch-Armeense en Adriatisch-Karpatische voorschriften.

 

Reacties op dit antwoord

  • 12/01/2021 - Willem (vraagsteller)

    Dank voor het antwoord. Ik veronderstel dat veel schilders in de middeleeuwen zich dan lieten bijstaan door iemand van de kerk. Of andersom: dat de kerk opdracht gaf hoe ze er moesten uitzien...

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2021
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door het
Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen