Is de kosmos 13.8 miljard jaar oud of ouder?

Eddy, 74 jaar
24 november 2025

In EOS-Wetenschap nr. 12 van december 2025 staat op blz. 12 een artikel over "lenzenactie". Daarin beschrijft men (Govert Schilling) kosmische zwaartekrachtlenzen. In afbeelding 2 zien we een Einsteinring waarbij sprake is van een perfecte uitlijning van het voorgrond- en het achtergrond-sterrenstelsel. Dat stelsel zou pakweg 13 miljard lichtjaar van ons vandaan staan. Betekent dit ofwel dat er sprake is van een vergissing, ofwel dat de aarde op minder dan 800 miljoen lichtjaar van het middelpunt van de kosmos staat, ofwel dat de kosmos ouder is dan 13.8 miljard jaar, ofwel dat we het (ontstaan van) de kosmos moeten herzien?

Antwoord

Hier spelen verschillende aspecten in een verhaal dat op zich misschien eenvoudig is, maar moeilijk uit te leggen, en dus een beetje paradoxaal.

Om te beginnen, geen enkele plaats mag aanspraak maken om het centrum van de kosmos te zijn.  De oerknal was hier en overal. We zien nu allemaal een heelal in uitdijing, waarbij dus sommigen (als ze er zijn) onze melkweg als iets van lang geleden, en dus van toen, zien. En allemaal zien we dezelfde wet van Hubble-Lemaitre die ons leert dat de expansie zo een 13.8 miljard jaar geleden begonnen is.

Verder, pas op met afstanden. Uit de roodverschuiving van een sterrenstelsel kunnen we afleiden in welke fase van ons heelal het licht naar ons gestuurd is. Maar van hoe verder dat is, hoe meer het heelal sindsdien is uitgedeind. Een lengte die het licht sinds het begin van het heelal (laat ons dus maar zeggen 13.8 miljard jaar geleden) heeft afgelegd, is intussen ongeveer drie keer zo lang geworden.

Als directe antwoorden op uw vragen: er is geen sprake van een vergissing (hoewel ik vind dat de meeste artikels onduidelijk zijn over tijd geleden versus afstand), een 'middelpunt' van de kosmos bestaat niet. Wat het 'herzien van het ontstaan van de kosmos betreft': we kunnen besluiten dat hetgeen wij kunnen waarnemen van een oerknal komt, maar dat blijft een vaststelling die ons met ons overstijgende mysteries confronteert.

Reacties op dit antwoord

  • 27/11/2025 - Eddy (vraagsteller)

    Dag Professor, dank voor uw uitleg. Bijkomende vraag: Wij stellen vast dat het heelal uitdijt door de roodverschuiving van het licht van verre sterrenstelsels. Kan het zijn dat het licht onderweg op een andere manier energie verliest dan uitrekking, met eveneens een roodverschuiving tot gevolg?

  • 02/12/2025 -  (wetenschapper)

    Die hypothese is al vaak geopperd, maar nooit bevestigd. Om alle soorten redenen, maar misschien het meest overtuigend vanuit wat misschien de meest fundamentele wet van de fysica is: behoud van energie. Als die straling onderweg naar ons energie verliest (want lagere frequentie/hogere golflengte betekent minder energie), dan zouden we die op een of andere manier elders moeten terugvinden, en dat lukt met de beste methoden almaar niet. Energieverlies onderweg maakt het dus niet makkelijker, enkel nog moeilijker.

  • 04/12/2025 - Eddy (vraagsteller)

    Dag Professor. Ik heb een idee. Zoals Einstein ooit eens zou gezegd hebben, zou fantasie belangrijker zijn dan kennis. Ik heb een verhaal dat ik dolgraag kwijt wil, en even graag zou zien weerleggen, maar dan ook met de uitleg waarom. Ik ben geen fysicus noch wiskundige, maar u zou me het mooiste kerstcadeau schenken als ik mijn verhaal mocht doen. Met de meeste hoogachting. Eddy

  • 10/12/2025 -  (wetenschapper)

    Doe maar, maar wat mij betreft met gemengde gevoelens. Ik wil ook wel eens een kerst zonder verplichtingen... Wat Einstein betreft, ik ben het er grondig mee eens dat wij nood hebben aan nieuwe conceptuele ontwikkelingen eerder dan nog enkele cijfers na de komma. Maar Einstein heeft zijn vernieuwingen kunnen doen vanuit een grondige kennis van de fysica van zijn tijd, met haar geschiedenis, die hij beide goed begreep. En dat zal nu niet anders zijn.

  • 25/01/2026 - Eddy (vraagsteller)

    Dag Professor. Sorry voor dit late antwoord. Als ik de kosmos bekijk met onze Melkweg toevallig (...) ongeveer in het midden van de lokale groep sterrenstelsels, zie ik daarbuiten veel sterrenstelsels met roodverschuiving, daarbuiten kunnen we sterrenstelsel zien met infrarood telescopen, daarbuiten nemen we het heelal waar met radiotelescopen en nog verder weg zou zich het absolute elders bevinden. Ik kan me niet inbeeldden dat het hele zootje ooit geconcentreerd was in een singulariteit. Daarom denk ik dat het ontstaan van de kosmos een kwantumgebeuren was. Ik stel me vragen bij de aanname (?) dat de inflatie beperkt zou zijn in tijd en afstand. Volgens mijn bestaat tijd niet in de kwantumwereld. Voorbeelden: teleportatie van een elektron tussen twee energieschillen, tijdloze communicatie bij verstrengeling, tunneling, superpositie ... Allemaal fenomenen die onmogelijk zijn met tijd. Als de roodverschuiving van het licht van verre sterrenstelsels een illusie zou zijn, dan zijn onze berekeningen over snelheid en temperatuur ook denkbeeldig. Mijn idee waarvan sprake in mijn vorige mail is het volgende. De oerknal is niets anders dan vanuit een kwantumsingulariteit het instant ontstaan van een oneindige en onbegrensde ruimte, gevuld met oneindig veel (donkere, onwaarneembare, koude) energie (in het kwadraat). Deze energie materialiseert vanaf het begin (van de tijd), altijd en overal in de meest elementaire deeltjes (snaren?). Die deeltjes klonteren samen tot qwarks, elektronen, protonen, neutronen, atomen, molekulen. Dit is te vergelijken met het ontstaan van waterijs. Als het water afkoelt tot 0°C ontstaan ijsnaalden die samenklonteren tot ijs of sneeuwkristallen. Als het water verontrust wordt door stroming of kolking vervallen de naalden met behulp van een beetje bewegingsenergie terug tot water. Zo zouden de elementaire deeltjes met een beetje energie van de fotonen van verre stelsels terug degraderen tot donkere energie. Het energieoverschot kan omgezet worden in warmte. Hierdoor zou de oorspronkelijke koude kosmos de temperatuur hebben bereikt van ongeveer 2.7°K. De vraag blijft: waar heb ik het verkeerd. Ik hoop wel dat dit idee de echte wetenschap een beetje kan helpen. Met zeer veel respect en hoogachting. Eddy Konings

  • 26/03/2026 - Eddy (vraagsteller)

    Dag Professor. Ik vrees dat mijn uitleg niet duidelijk was. Vandaar deze bijlage. Het heelal dijt versneld uit. Vroeg of laat (of is het al gebeurd?) bereiken we de snelheid van het licht. Men verklaart dit door te stellen dat niet de materie wegvliegt, maar het ruimte-tijd continuüm uitdijt. En ruimte-tijd is niet gebonden aan de maximumsnelheid van Einstein. Door de uitdijing wordt het heelal leger en kouder. Toch zou de entropie van het heelal toenemen. Ik heb daar ooit een verklaring voor gelezen waar ik nog steeds niets van begrijp. Laat me toe het scheermes van Ockham te hanteren en te vertellen hoe ik het zie. Als we durven denken dat het ontstaan van de kosmos een kwantumgebeuren is in plaats van een grote explosie van een singulariteit waaruit alle materie is ontstaan, en als we durven denken dat tijd niet bestaat in de kwantumwereld, dan hebben we ruimte om andere mogelijkheden te bedenken. Ik denk dat de kosmos is ontstaan vanuit een kwantumsingulariteit. Dit gebeurde tijdloos waardoor de kosmos oneindig groot en onbegrensd was, gevuld met oneindig veel koude onwaarneembare energie in het kwadraat. In het begin, toen de donkere energie begon te materialiseren is ook de tijd beginnen lopen. Echter enkel en alleen voor de materie. In de kwantumwereld bestaat tijd immers nog steeds niet. De materialisatie van donkere energie gebeurt trouwens nog altijd en overal. Dit maakt bv. de "verdamping" van zwarte gaten mogelijk (Hawkins). We zien een oneindige kosmos, gevuld met donkere energie en donkere materie. Hoewel die materie niet zo onzichtbaar is, want we zien er de aantrekkingskracht van die ervoor zorgt dat sterrenstelsels niet uiteenvallen. In analogie met het beeld van vervriezend water kunnen we zeggen dat de jonge kosmos zich in stille waters bevond. De vorming van materie werd door niets verstoord. In snel tempo (maar wat is snel in de kosmologie?) konden snaren, quarks, elektronen, protonen en waterstof worden gevormd. De waterstofwolken trokken samen en implodeerden. Sterren werden geboren. Het eerste licht was een feit. Die eerste sterren moeten enorm zijn geweest omdat ook hun vorming door niets werd belemmerd. Grote sterren hebben echter maar een "kort" bestaan. Weldra waren alom supernova te zien. Zij waren de oorzaak van het ontstaan van zwarte gaten en uiteindelijk ook van en sterrenstelsels. De spirit van de kosmos werd verstoord door o.a. gammastraling. We bevinden ons in woeliger water. Vanaf dat moment (de eerste supernova) is er al een roodverschuiving van het licht van andere sterren waar te nemen. Met het bestaan van sterrenstelsels, zwarte gaten, sterrenpuin, beginnen zich ook calamiteiten voor te doen zoals het opslorpen van materie (zelfs zonnen) door zwarte gaten, botsingen tussen hemellichamen (ook zonnen en zonnestelsels), enz. Dit verstoort de rust in de kosmos nog meer, wat ons in nog woeliger "water" doet belanden. Ik ben in de korte tijd die u nodig had om dit te lezen al aangekomen in de dag van vandaag. Wat we zien is een duidelijke stijging van de entropie van het heelal, al was het maar door de verstoring van de donkere materie en de stijging van de temperatuur van 0 tot 2.7°K. Dit zonder geleerde uitleg die ik na meerdere lezingen nog altijd niet begrijp. We hoeven in mijn wereld ook niet uit te leggen hoe materie in een ruimte-tijd continuüm de maximumsnelheid van Einstein kan overschrijden. De gevolgen van deze inzichten laten zich gemakkelijk inlijsten: 1. Elk punt in de kosmos kan beweren het middelpunt van alles te zijn. Immers, overal zijn lokale groepen sterrenstelsels waarin roodverschuiving niet wordt waargenomen en waar de waarnemer zich ongeveer in het midden bevindt. Dit betekent dat de afstand tussen de sterrenstelsels te klein is om het energieverlies van het licht te kunnen vaststellen. Het is duidelijk dat dit energieverlies minimaal is, wat kan verklaren waarom de temperatuurstijging van de kosmos "slechts" 2.7°K bedraagt. 2. In elk punt van de kosmos gelden dezelfde natuurwetten, ook die welke we nog niet kennen. 3. De kosmos is overal (ook in het absolute elders) even oud. Intellectueel leven dus (?) ook. Hieruit volgt dat het bestaan van buitenaards bezoek uiterst onwaarschijnlijk is. 4. Tijdreizen zijn fictie. We hebben wel "machines" om in het verleden te kijken (telescopen), maar niets om de toekomst te zien. 5. Multiversums zijn science-fictie . Misschien goed als inspiratiebron voor een komische film. Wanneer iemand beweert iets zinnigs te zeggen, moeten zijn beweringen kunnen worden gefalsifieerd. ook die van mij dus. Mijn hele idee is gebaseerd op de mening dat tijd niet bestaat in de kwantumwereld. Ikzelf ben niet bekwaam om dit te bewijzen. De temperatuur van de kosmos zou moeten stijgen. 13 miljard jaar (vanaf de eerst supernova) voor 2.7°K is lang. De opwarming gaat echter niet lineair. In het prille beging was de opwarming nihil. De calamiteiten in de kosmos stijgen, net as de entropie. De temperatuur van 2.7°K is dus een momentopname. Ik hoop dat de mensheid de tijd zal krijgen om die opwarming te meten voor de mens zichzelf heeft vernietigd. Ik kijk uit naar uw tegenspraak en dank u daarvoor. Met achtingsvolle groet Eddy Konings

Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.

Zoek andere vragen

© 2008-2026
Ik heb een vraag wordt gecoördineerd door Eos wetenschap. Voor vragen over het platform kan je terecht bij ikhebeenvraag@eos.be