Maagsap is erg zuur door de aanwezigheid van waterstofchloride, dat daarom ook wel maagzuur wordt genoemd. Een maagzuurremmer bevat als actievebestanddelen CaCO3 en MgCO3. Aan 100 mL maagsap met een pH = 2,0 worden 0,225.10-3 mol CaCO3 en 0,250.10-3 mol MgCO3 toegevoegd. Er treedt een reactie met gasvorming op. Hoeveel bedraagt de pH na afloop van deze reactie? Het antwoord zou 3,3 moeten zijn, maar daar kom ik niet op. Ik kan de hoeveelheid HCl in de vloeistof bepalen en ik weet dat er CO2 gevormd wordt, maar ik zie niet hoe de pH dan wordt berekend. Ik snap niet hoe je kunt weten het zout gaat reageren. In dit geval wordt het wel verteld, maar ik zou het zelf niet kunnen weten...
Dag Dyo
Ja, je moet soms wel een en ander weten voor je zo een oefening kan maken. ;)
CaCO3 en MgCO3 zijn zouten, afgeleid van H2CO3 (koolzuur), een zwak zuur.
Zoutzuur, HCl, is een sterk zuur, het heeft een grote neiging om protonen af te geven, veel meer dan koolzuur (of waterstofcarbonaat).
De twee zouten zullen daarom de protonen, afgegeven door HCl, opnemen, er vormt zich H2CO3, en dat is CO2, opgelost in water. Als je daar wat van hebt, zie je gasbellen ontsnappen, zoals in bruiswater of andere koolzuurhoudende dranken.
Als er weinig protonen (sterk zuur) zijn, krijg je eerst de opname van één proton, en daarna opname van een tweede proton bij grotere hoeveelheden sterk zuur.
De reactie (in een eenvoudige vorm) is :
2 H+ + CO32- → H2CO3
Je moet nu de hoeveelheden erbij zetten en dan alles laten reageren.
De hoeveelheid protonen: van HCl
pH = 2 dwz concentratie H+ = 10-2 mol/l
in 100 ml: 10-3 mol
De hoeveelheid carbonaationen
0,225.10-3 mol en 0,250.10-3 mol = 0,475 10-3 mol
Er reageren dubbel zoveel protonen als carbonaationen, na de reactie is dus aanwezig:
H+: (1 - 2*0,475) 10-3 = 0,05 10-3 mol
CO32-: niets meer over
H2CO3: 0,475 10-3 mol
Je hebt nu twee stoffen in de oplossing, die een zuur karakter hebben maar zoutzuur is veel sterker zuur, daarom moet je enkel daarmee rekening houden.
0,05 10-3 mol H+ in 100 ml of 0,5 10-3 mol in 1 l.
Dat geeft dan een pH = - log (0,5 10-3) = 3,3 ![]()
Als je wat gezien hebt over zuren en basen, zou je kunnen weten dat het zout gaat reageren.
Het type reactie dat hier opgaat vind je vaak als "een sterk zuur verdrijft een zwak zuur uit zijn zouten".
Een zout kan zuur reageren als er nog protonen inzitten (NaHSO4).
Hopelijk is het zo wat duidelijk?
Met vriendelijke groeten
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.
analytische chemie toxicologie bodemsanering