Antwoord
De vraag hoe sterrenstelsels zijn ontstaan, is een van de voornaamste vraagstukken in de observationele kosmologie. We zouden allemaal graag weten wat er nu eigenlijk klopt, maar er zijn nog vele puzzelstukjes in te vullen.
De grondgedachte, waar iedereen het wel over eens is, is dat de aanzet tot de vorming van sterrenstelsels de gravitatie is. Waar de consensus ook vrij breed is, maar niet algemeen, is dat de 'gewone' materie, bestaande uit protonen en neutronen en elektronen niet voldoende is om reeds vrij snel in het heelal al sterrenstelsels te doen ontstaan, en dat er dus ook nog 'donkere' materie nodig is.
Het begint ook steeds duidelijker te zijn dat sterrenstelsels min of meer geleidelijk zijn gegroeid door het samengaan van kleinere systemen. We zien dat er in het vroegere heelal meer maar kleinere stelsels waren, en ook in onze eigen melkweg zien we vandaag aanwijzingen dat er nog vrij recent stelsels door het onze zijn opgeslorpt. Hoe die individuele geschiedenissen uiteindelijk de diverse vormen van sterrenstelsels vandaag verklaren, is nog niet helemaal verkend.
Een grote vraag is wat de rol van de supermassieve zwarte gaten in de centra van vele stelsels is in het verhaal. Zijn ze gegroeid door de botsingen van stelsels, of zijn ze integendeel de zaden geweest waarrond sterrenstels zijn gevormd? Een brede reeks van vragen heeft te maken met de rol van de vorming van sterren in het vormen van sterrenstelsels. Inderdaad, er is hier sprake van een ingewikkelde terugkoppeling. Het is waar materie samenkomt dat sterren gevormd worden, maar anderzijds drijft de straling van sterren de materie uiteen.
Dat we het nog niet allemaal weten, hoeft niet te verwonderen. De meeste sterrenstelsels zijn lang geleden gevormd, en we moeten diep in het heelal kijken om dat te zien gebeuren. De grote telescopen die dat mogelijk maken, bestaan nog maar een goede tien jaar, en ze lossen de verwachtingen in. Sinds een drietal jaren is ook de ESA-satelliet Herschel operationeel, en die laat toe om de dominante infraroodstraling van jonge melkwegstelsels te bestuderen. En nu komt ook de grote (sub)mm-telescoop Alma in gebruik, en de eerste resultaten zijn ronduit fascinerend. Over een tiental jaren beschikken we dan ook over supergrote optische telescopen.
Als 17-jarige hoeft u niet ontgoocheld te zijn dat er nog zoveel is dat we niet weten, maar eerder blij dat er nog zoveel te ontdekken valt. Ikzelf ben er 57, en ben iedere dag gefascineerd over de rijkdom van de fenomenen die we mogen ontdekken.
Reacties op dit antwoord
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.