Elke taal kent geografische variatie. Dit is ook het geval met het Spaans dat zich bovendien over een heel groot gebied heeft uitgestrekt.
Sommige varianten van het Spaans hebben een interdentale stemloze medeklinker, wat de vraagsteller lispelen noemt, andere varianten hebben die niet. Deze klank die ook in het Engels voorkomt stellen we als θ voor in het fonetisch schrift.
De θ komt voor in het grootste gedeelte van Spanje, o.m. in Centraal-Spanje (Madrid, enz.) waarop het Standaardspaans is gebaseerd dat als norm geldt voor heel Spanje. De zuidelijke dialecten (een groot deel van Andaluzië) kennen echter de θ niet.
Dit is een gevolg van een fonetische evolutie die zich in het Spaans heeft voltrokken in de 15de/16de eeuw. In het Middeleeuws Spaans waren er affricaten (ts, dz) die in de uitspraak vereenvoudigden hetzij tot θ (Centraal Spanje) hetzij tot s (deel van Andaluzië).
De kolonisatie van Latijns-Amerika gebeurde via Sevilla (ook Columbus vertrok van Sevilla naar Amerika op ontdekkingstocht) die door de handel met Latijns-Amerika vanaf de 16de eeuw een belangrijk economisch centrum werd. Het dialect van Sevilla, dat zich in Andaluzië bevindt heeft nooit de θ gekend, wel de s ontwikkeld uit ts/dz.
Aangezien tijdens de eerste kolonisatieperiode (16de eeuw) de meerderheid van de kolonisten (en vooral de vrouwen) uit Andaluzië kwamen en de andere inwijkelingen eerst maanden in Sevilla moesten verblijven alvorens te kunnen vertrekken naar Amerika, is in Latijns Amerika vooral het Spaans van Zuid-Spanje (Andaluzië) ingevoerd.
Bovendien is het bekend dat de taalvariante van kolonies doorgaans een vereenvoudigd systeem ontwikkelt in vergelijking met de taalvariante van de metropool. Het fonetisch systeem van het Spaans van Centraal-Spanje is complexer dan dat van de Andaluzische variant. Ook dit heeft bijgedragen tot het succes van de Andaluzische variant in Spaans Amerika, zodat er vandaag in feite twee belangrijke erkende "normen" voor het Spaans zijn ontwikkeld: de Europese en wat men de Atlantische norm noemt (Atlantisch omdat hij niet alleen eigen is aan Spaans Amerika, maar ook aan een groot deel van Andaluzië en aan de Canarische eilanden, waar de θ evenmin bestaat).
De θ is trouwens niet het enige Andaluzische kenmerk van het Spaans van Latijns-Amerika, zoals de uitspraak van de "implosieve" s, de jota, enz.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.
Linguïstiek van de Romaanse talen en het Spaans in het bijzonder