Ik ben leerkracht biologie in het 6de middelbaar ASO en deze vraag werd mij gesteld tijdens de les biotechnologie binnen het kader van de natuurlijke genoverdracht tussen bacteriƫn.
Ik vermoed dat het iets te maken heeft met herkenningssites voor enzymes op het bacterieel DNA die zich niet op het viraal DNA bevinden, maar ben hier helemaal niet zeker van.
Het best bestudeerde model is dit van de T4 bacteriofaag. Na injectie van het viraal DNA komen verscheidene enzymes tot expressie. Hierbij is o.a. een nuclease dat specifiek is voor cytosine bevattende DNA, zoals het bacteriële genoom. Het viraal genoom bevat echter enkel gemodificeerde cytosines (5-hydroxymethylcytosine), die wel kunnen paren met guanine maar de herkenning door het nuclease tegengaan. De nodige enzymes om cytosine in 5-hydroxymethylcytosine om te zetten zijn viraal gecodeerd. Gevolg is dat bij packaging het viraal DNA vrij is van cytosine en bij de volgende infectieuze cyclus beschermd is tegen degradatie. Eerst wordt het bacterieel genoom afgebroken wat bouwstenen geeft voor daarop volgende virale replicatie, gebruik makend van 5-hydroxymethylcytosine i.p.v. cytosine
Bron: boek Microbial Genetics (door Stanley R. Maloy,John E. Cronan,David Freifelder)
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.