Op school werken we aan een taalbeleid via taalposters. De discussie is op gang gekomen doordat er op één van die posters 'Wablief, mneer?' stond.
Volgens de oudere collega's moet dat Wablieft zijn en de jongere generatie beweert dat het zonder t is. Wat is het nu?
Net dezelfde discussie voerden we over goedemorgen en goeiemorgen.
Welk van de twee is juist? Of zijn beide juist?
Fijn om te lezen dat jouw school een taalbeleid uitwerkt!
Wablief komt voort uit de frase wat belieft er u? Bij de reductie van frase naar enkel woord zijn er blijkbaar twee varianten ontstaan: een die de t behouden heeft en een die ze weggelaten heeft. Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal beschouwt wablieft als Belgisch-Nederlandse spreektaal. De variant met t is dus volgens deze bron niet gangbaar in Nederland maar wel in Nederlandstalig België, terwijl de variant zonder t in het hele taalgebied voorkomt. Als jouw taalposter in een Belgische school wordt opgehangen, zou dat met andere woorden geen probleem mogen opleveren. Tenslotte stelt het probleem zich zelden in dagelijks taalgebruik, want wablief(t) is eigen aan mondeling taalgebruik, en vaak valt het niet eens op of we die t nu wel of niet uitspreken. Als je echt op veilig wil spelen, dan gebruik je de variant zonder t, want die kan nooit discussie opleveren. Aan de andere kant zou dit probleem misschien net aangewend kunnen worden om binnen de school een debat te voeren over welke norm in de instelling gehanteerd wordt ("hoe gaan we om met Belgisch-Nederlands?").
De tweede kwestie die je aanhaalt, is niet van dezelfde aard. Terwijl het wablief(t)-probleem te maken heeft met verschillen tussen taalvariëteiten, is het andere een kwestie van register: goedemorgen is de gewone en licht formele variant en goeiemorgen is de spreektalige variant. Zo zal je de tweede in principe nooit op papier zetten maar wel elke ochtend gebruiken als je bv. een collega ontmoet. In die laatste context kan goedemorgen dan weer wat stijfjes overkomen.
Er zijn nog geen reacties op deze vraag.
Enkel de vraagsteller en de wetenschapper kunnen reageren op een antwoord.
Algemene Taalkunde, Engelse taalkunde, Nederlandse taalkunde